Advies en hoortoestellen

Bij Libra kunt u terecht voor advies over hoortoestellen en hulpmiddelen. Kinderen kunnen op zeer jonge leeftijd al hoortoestellen dragen. Wij selecteren aan de hand van de gestelde diagnose een geschikt hoortoestel voor uw kind en stellen het hoortoestel af op de specifieke situatie van uw kind.
Ook stelt ons spraak- en taalteam een individueel advies op voor uw kind bij vragen over de spraak- en taalontwikkeling.

Bij de Hoorinfotheek in Eindhoven kunt u terecht voor onafhankelijk advies over hulpmiddelen bij gehoorproblemen. Kom gerust eens langs en probeer de opties kosteloos uit.

In het oor

In-het-oor- hoortoestellen zijn apparaten die zover mogelijk in de gehoorgang of oorschelp van uw kind geplaatst zijn. Deze hoortoestellen corrigeren een gering tot matig gehoorverlies en zijn onopvallend. Wanneer uw kind erg kleine oren heeft of te veel oorsmeer produceert, is dit toestel minder geschikt. De toestellen raken sneller defect. Ook moet u rekening houden met een relatief moeilijke bediening, in verband met de kleine afmetingen van het toestel.

Achter het oor

Hoortoestel kind, achter het oorAchter-het-oor-hoortoestellen bevinden zich achter het oor, hangend aan een kunststof bochtje over de oorschelp van uw kind. Deze hoortoestellen corrigeren een licht tot zwaar gehoorverlies. Dit type hoortoestel heeft relatief veel mogelijkheden qua individuele aanpassingen. Bepaalde typen zijn direct aan te sluiten op audio- of videoapparatuur voor specifieke geluidsversterking, bijvoorbeeld bij muziek of televisie.

Wanneer het oor van uw kind niet afgesloten mag worden met een oorstukje, door bijvoorbeeld een oorinfectie, stappen we over op het gebruik van beengeleiding. Bij deze techniek wordt het geluid niet via het middenoor doorgegeven, maar via trillingen door het bot direct aan het slakkenhuis. We plaatsen een trilblokje achter het oor van uw kind, tegen het rotsbeen. Dit kan op verschillende manieren:

Beengeleiderbeugel of softband

We plaatsen een trilblokje op een hoofdbeugel/softband. Dit trilblokje plaatsen we achter het oor op het rotsbeen.

Bot verankerd hoortoestel
(BCD - Bone Conduction Device)

In sommige gevallen veroorzaakt het trilblokje drukpijn of is er geen goed contact mogelijk met het rotsbeen. In dat geval biedt een BCD uitkomst. We verwijzen door naar een kno-arts die operatief een schroefje in het rotsbeen van uw kind plaatst. Deze groeit na twee maanden stevig vast. Een BCD maakt altijd goed contact en veroorzaakt geen drukpijn bij uw kind.

 

Een cochleair implantaat vangt geluiden op en geeft deze door aan de rest van het gehoorsysteem. Het wordt toegepast bij zeer zware gehoorverliezen. Een cochleaire implantaat werkt anders dan een traditioneel gehoorapparaat. Een microfoontje zendt geluiden door naar een computertje die het verwerkt tot elektrische signalen. De signalen worden via een zendspoel naar de ontvanger gebracht. De ontvanger zit in het hoofd van uw kind en geeft de signalen door naar een draadje in het slakkenhuis. De gehoorzenuw vangt de signalen op en vervoert deze naar de hersenen.

Doofheid als gevolg aandoeningen in het opvangen en verwerken van geluiden in de gehoorzenuw of hersenschors kunnen niet met een cochleair implantaat verholpen worden.

In het oor

In-het-oor- hoortoestellen zijn apparaten die zover mogelijk in de gehoorgang of oorschelp van uw kind geplaatst zijn. Deze hoortoestellen corrigeren een gering tot matig gehoorverlies en zijn onopvallend. Wanneer uw kind erg kleine oren heeft of te veel oorsmeer produceert, is dit toestel minder geschikt. De toestellen raken sneller defect. Ook moet u rekening houden met een relatief moeilijke bediening, in verband met de kleine afmetingen van het toestel.

Achter het oor

Hoortoestel kind, achter het oorAchter-het-oor-hoortoestellen bevinden zich achter het oor, hangend aan een kunststof bochtje over de oorschelp van uw kind. Deze hoortoestellen corrigeren een licht tot zwaar gehoorverlies. Dit type hoortoestel heeft relatief veel mogelijkheden qua individuele aanpassingen. Bepaalde typen zijn direct aan te sluiten op audio- of videoapparatuur voor specifieke geluidsversterking, bijvoorbeeld bij muziek of televisie.

Wanneer het oor van uw kind niet afgesloten mag worden met een oorstukje, door bijvoorbeeld een oorinfectie, stappen we over op het gebruik van beengeleiding. Bij deze techniek wordt het geluid niet via het middenoor doorgegeven, maar via trillingen door het bot direct aan het slakkenhuis. We plaatsen een trilblokje achter het oor van uw kind, tegen het rotsbeen. Dit kan op verschillende manieren:

Beengeleiderbeugel of softband

We plaatsen een trilblokje op een hoofdbeugel/softband. Dit trilblokje plaatsen we achter het oor op het rotsbeen.

Bot verankerd hoortoestel
(BCD - Bone Conduction Device)

In sommige gevallen veroorzaakt het trilblokje drukpijn of is er geen goed contact mogelijk met het rotsbeen. In dat geval biedt een BCD uitkomst. We verwijzen door naar een kno-arts die operatief een schroefje in het rotsbeen van uw kind plaatst. Deze groeit na twee maanden stevig vast. Een BCD maakt altijd goed contact en veroorzaakt geen drukpijn bij uw kind.

 

Een cochleair implantaat vangt geluiden op en geeft deze door aan de rest van het gehoorsysteem. Het wordt toegepast bij zeer zware gehoorverliezen. Een cochleaire implantaat werkt anders dan een traditioneel gehoorapparaat. Een microfoontje zendt geluiden door naar een computertje die het verwerkt tot elektrische signalen. De signalen worden via een zendspoel naar de ontvanger gebracht. De ontvanger zit in het hoofd van uw kind en geeft de signalen door naar een draadje in het slakkenhuis. De gehoorzenuw vangt de signalen op en vervoert deze naar de hersenen.

Doofheid als gevolg aandoeningen in het opvangen en verwerken van geluiden in de gehoorzenuw of hersenschors kunnen niet met een cochleair implantaat verholpen worden.